maandag 21 april 2014

Rhenen: De Slag om de Grebbeberg (1940)



Vijf dagen, en de vrijheid ging verloren.

Vijf jaren, en eerst toen werd zij herboren.

Zo moeizaam triomfeert gerechtigheid.

Aan dit besef is deze grond gewijd.


Deze dichtregels van J.C. Bloem staan geschreven op een oorlogsmonument boven op de Grebbeberg, waar ieder jaar met 4 mei een herdenking plaatsvindt. Tegenover dit monument bevindt zich het Militair Ereveld Grebbeberg, de plek waar ik mijn reis door de tijd begin. Hier, op en rond de Grebbeberg, speelde zich in de meidagen van 1940 de Slag om de Grebbeberg af. Waar Nederland vocht voor vrijheid, maar die vrijheid uiteindelijk niet kon behouden.

Mijn eerste verhaal speelt zich dicht bij huis af: op zo’n 20 tot 30 minuten fietsen van Veenendaal ligt het pittoresk gelegen stadje Rhenen. Als je dit stadje zo slaperig ziet liggen aan de Rijn, kan je je eigenlijk niet voorstellen dat het een rol heeft gespeeld in de historie van ons land. Als je vanuit Veenendaal aan komt fietsen, stelt Rhenen ook niet veel voor. Maar hoe anders is het als je vanaf de A15 de N225 neemt richting Veenendaal. Zodra je de brug over de Rijn oprijdt, wacht je een prachtig panorama. De uiterwaarden, de ‘skyline’ van Rhenen met de Cuneratoren als duidelijk herkenningspunt… Het is zonder twijfel een van de mooiste vergezichten in de regio.
Voor diegenen die nooit een bezoekje hebben gebracht aan Ouwehands Dierenpark (de welbekende dierentuin waar een kleine stad als Rhenen landelijke bekendheid door geniet): Rhenen ligt in de as van ons land, in de uiterste zuidoostelijke hoek van de provincie Utrecht. In de Saalien-ijstijd (zo’n 150.000 jaar geleden) reikten de ijsmassa’s tot ongeveer halverwege wat nu Nederland is en stuwden daarbij de zanderige riviergrond in Midden-Nederland op. Toen het ijs zich terugtrok bleef een reeks stuwwallen over die nu bekend staat als de Utrechtse Heuvelrug. Rhenen vormt de meest zuidelijke punt van die Heuvelrug. Dat merk je wel als je door Rhenen rondrijdt: de meeste inwoners verplaatsen zich met de auto omdat de vaak steile straten en pittige klimmetjes geen pretje zijn voor je benen.
Eén van die steile hellingen is die van de Grebbeberg, die ten oosten van Rhenen ligt. De naam is weliswaar niet heel toepasselijk (de ‘berg’ is slechts 52 meter hoog), maar als je er met je fietsje tegenop rijdt doet het flink pijn. Vooral als je vanaf Wageningen aan komt rijden moet je echt wel even  terugschakelen.

Op een zonnige zondagochtend stap ik op mijn sportieve fiets (geen racefiets, want ik weet van mezelf dat ik die toch niet goed zal onderhouden) voor een bezoek aan het Militair Ereveld. In een vlaag van misplaatst historisch bewustzijn en verstandsverbijstering, gecombineerd met een gezonde portie zelfoverschatting, besluit ik de Grebbeberg vanaf dezelfde kant te benaderen als de Duitse troepen dat  in 1940 deden. Vanaf Wageningen dus, door het Binnenveld en dan de steile zijde van berg op. Toen ik fitter was en vaker fietste ging dat aanzienlijk makkelijker. Nu probeer maar niet te kijken hoe voorbijgaande automobilisten meewarig opzij kijken naar die kerel die daar zwaar ploeterend op z’n pedalen staat te rammen en toch nauwelijks vooruit komt... Uiteindelijk bereik ik zwetend en met volkomen verzuurde benen de begraafplaats, waar ik uitgeput mijn fiets aan de kant zet. Moeilijk voor te stellen dat hier bijna 75 jaar geleden SS’ers hetzelfde parcours af probeerden te leggen met zware bepakking op hun rug, terwijl ze bestookt werden door vijandelijk vuur.

Er heerst een serene rust op het Ereveld. Ooit, in de meidagen van 1940, moet het hier een inferno van geluid zijn geweest. Het voortdurende geknal en gebeuk van doorlopend vurende artillerie van beide zijden. Harde, bijtende salvo’s van mitrailleurs. Schreeuwende en gillende soldaten. Bizarre kreten van dierentuindieren in paniek. Nu kwetteren er vogels en spreken enkele bezoekers op zachte, eerbiedige toon met elkaar. Het meeste lawaai komt van de voorbij zoevende auto’s.
Bij de ingang van de begraafplaats staat een groot standbeeld, een kruis met twee leeuwen aan weerszijde. Daarachter liggen de graven, rij na rij van identieke witte grafstenen. In die stenen staat de Nederlandse leeuw gegraveerd, evenals naam, rang en compagnie van de gesneuvelde soldaat. En natuurlijk geboorte- en sterfdatum. Maar weinig van deze soldaten zijn ouder dan 30 geworden. Op de graven bloeien tulpen, violen en chrysanten. Daaronder liggen de verhalen, honderden verhalen over mannen die in mei 1940 ten strijde trokken en nooit meer thuis zouden komen. Drie van die verhalen zijn te beluisteren in het informatiecentrum bij de begraafplaats. Die verhalen brengen je terug in de tijd, terug naar het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Het verhaal van de Slag om de Grebbeberg begint dan ook in 1939. Duitsland en de Sovjet-Unie hebben een bondgenootschap gesloten en samen Polen verdeeld. De Duitsers stonden op het punt om Polen binnen te vallen, Europa bereidde zich voor op een oorlog. Groot-Brittannië en Frankrijk hadden aangegeven een Duitse invasie van Polen niet te accepteren. Op 1 september gebeurde het onvermijdelijke: Duitsland viel Polen binnen en kort daarop zouden de Fransen en Engelsen de oorlog aan Duitsland verklaren. Daarmee was de Tweede Wereldoorlog een feit.
Ook in Nederland bereidde men zich voor op een naderende oorlog. Nederland had zich weliswaar net als in de Eerste Wereldoorlog neutraal verklaard, maar Adolf Hitler had in Oostenrijk, Tsjechoslowakije en Polen al aangetoond zich niets van buitenlandse diplomatie aan te trekken. En uiteindelijk zijn het de strijdende partijen die beslissen welke landen er daadwerkelijk neutraal kunnen blijven. In de Eerste Wereldoorlog werkte de neutraliteitspolitiek uitstekend: de Duitse legers marcheerden vlak onder de Limburgse grens door België in. Onze zuiderburen zouden uiteindelijk buitengewoon zwaar lijden onder die inval, die de Duitse legers naar Parijs had moeten brengen. Nederland ontsprong de dans en bleef zo goed als passief. Maar 25 jaar later was alles anders. De Duitse Führer Adolf Hitler was geenszins van plan om ons kleine landje te sparen. Verovering van de Nederlandse kust werd door hem noodzakelijk geacht om Engeland aan te kunnen vallen. De uitgestippelde route voor de Blitzkrieg die Hitler en zijn generaals hadden uitgedacht liep ook door ons land. Operatie ‘Fall Gelb’, zo werd de geplande invasie van Nederland, België en Luxemburg genoemd. En wij maar denken dat we opnieuw buiten schot konden blijven…

Neutraal of niet, het Nederlandse leger werd gemobiliseerd. Dat gebeurde op 28 augustus 1939, nog vóór de inval in Polen. In totaal werden ruim 280.000 mannen onder de wapenen gebracht. Alle mannen die de voorgaande 20 jaar in dienst hadden gezeten moesten zich melden. Het Nederlandse leger was absoluut niet voorbereid op een oorlog. Vanuit de gedachte dat we in geval van oorlog neutraal zouden zijn, was er weinig geld in defensie gestoken. Er was maar weinig nieuw materieel aangeschaft, herhalingsoefeningen voor afgezwaaide dienstplichtigen werden niet gedaan en de verdedigingswerken waren niet onderhouden. Nadat Hitler in Duitsland aan de macht was gekomen, werd er weer wat meer in het leger geïnvesteerd, maar nog altijd ruim onvoldoende om een invasie te kunnen weerstaan. Hoewel het gangbaar is om de wapens en uitrusting van het Nederlandse veldleger als hopeloos verouderd te beschrijven, viel dat in werkelijkheid toch wel mee. Het verschil zat ‘m vooral in de wijze waarop de wapens en eenheden ingezet zouden worden en de betere communicatiemiddelen die onze oosterburen hanteerden. Zo is althans de visie van veel moderne historici.

Overal in het land gingen de opgeroepen soldaten aan de slag met het aanleggen van stellingen en het bouwen van bunkers. Gevechtstraining was echter minimaal, de Nederlandse militairen besteedden hun tijd vooral aan het gereedmaken van de verdedigingswerken. Daarnaast waren er wel de nodige excercitie-oefeningen, voordeel daarvan was dat die geen geld kostten in tegenstelling tot gevechtsoefeningen. Heel veel zorgen maakten de Nederlandse militairen zich ook niet: de neutraliteit zou voorkomen dat er daadwerkelijk in actie moest worden gekomen.
De verdedigingslinies in Nederland waren gebaseerd op het Franse loopgravensysteem uit de Eerste Wereldoorlog. Er werd een frontlijn aangewezen, de belangrijkste verdedigingslinie waar de vijand moest worden tegengehouden. Het gebied daarvoor werd naar Oud-Hollands gebruik onder water gezet, een tactiek die in het verleden vaak zijn waarde had bewezen. Achter de frontlijn lag de zogenaamde stoplijn, waar de commandoposten waren en waar reservetroepen en munitievoorraden klaarlagen. Front- en stoplijn waren met elkaar verbonden door een netwerk van loopgraven. Als de frontlijn zou worden doorbroken, moest er vanuit de stoplijn ondersteuning komen. Daarachter lag nog de ruglijn, waar vooral commandoposten en opslagplaatsen lagen. Achter de ruglijn werd de artillerie meestal opgesteld.
Er werden drie grote verdedigingslinies aangelegd: de meest oostelijke linie langs de IJssel en de Maas, dan de Grebbelinie en in het verlengde de Maas-Waal-linie in het hart van het land en tenslotte de Hollandse Waterlinie in het westen.

Generaal Henri Winkelman, opperbevelhebber van het leger, had de Grebbelinie aangewezen als de belangrijkste verdedigingslinie bij een inval van de Duitsers (niemand twijfelde eraan dat alleen Duitsland onze neutraliteit zou kunnen schenden). Hier moest een binnenvallende vijand toch zeker 3 weken tegen kunnen worden gehouden, in afwachting van de komst van geallieerde hulptroepen. De Grebbelinie volgde de Grift, een kanaal dat loopt vanaf het IJsselmeer (tussen Huizen en Spakenburg), via Amersfoort, Veenendaal en Rhenen naar de Rijn toe. De Grift vormde de frontlijn, een netwerk van loopgraven en kazematten (bunkers) werd daar aangelegd om de Duitsers te kunnen tegenhouden. Het gebied vóór die frontlijn werd daar waar mogelijk onder water gezet (inundatie). Dat bezorgde de hier gelegerde militairen nog flink wat extra werk. In de ijskoude winter ’39-’40 vroor het onder water gezette gebied steeds dicht, waardoor de militairen dagelijks vele uren besteden aan het open hakken van het ijs. 
Op de plaatsen waar doorgangen waren (bij Amersfoort, ten noorden van Veenendaal en bij de Grebbeberg) werden zwak in elkaar geknutselde voorposten ingericht, die als belangrijkste doel het vertragen van de vijand hadden. Mijn eigen woonplaats Veenendaal had veel last van al deze voorbereidingen: huizen werden afgebrand om een beter schootsveld te creëren voor de artillerie, het buitengebied werd onder water gezet en de bewoners werden via de Rijn naar het westen geëvacueerd. Dierentuin Ouwehands Dierenpark had uiteindelijk ook zwaar te lijden onder de oorlogshandelingen. In mobilisatietijd mocht het dierenpark gewoon open blijven, maar op 10 mei werden de gevaarlijkste dieren zonder pardon afgemaakt. De overige dieren bleven in hun kooien en werden vrijgelaten op het moment dat de eerste granaten in de buurt terecht kwamen. Die dieren zouden daarbij voor veel verwarring en angst zorgen onder de Nederlandse soldaten.

Er valt nogal wat op te merken over de kwaliteit van de Grebbelinie. De stoplijn lag te ver verwijderd van de frontlijn en de verbindingsloopgraven ontbraken. De stellingen aan de frontlijn waren zo opgebouwd dat ze niet bestand zouden zijn tegen langdurig en zwaar artilleriebombardement. De artillerie was niet goed voorbereid. En, heel belangrijk, de communicatieverbindingen waren ronduit slecht. Dit zou cruciaal blijken.
Doordat de Nederlandse regering de Staat van Beleg pas heel laat en met heel veel tegenzin had uitgeroepen, was het gebied vóór de frontlinie nauwelijks ontdaan van obstakels die de Nederlandse troepen het zicht ontnamen. Een open schootsveld, een mijnenveld en prikkeldraadversperring, gebruikelijk in het gebied vóór de frontlijn, werden vrijwel niet aangelegd. De Nederlandse regering had vooral vanwege economische redenen niet willen overgaan tot het kappen van duizenden hectare bos, wat eigenlijk nodig was geweest.
Dergelijke omstandigheden (en dus niet zo zeer de vermeende verouderde wapens) zorgden voor een achterstand van het Nederlandse leger ten opzichte van de Duitse invasiemacht en maakten dat Nederland bij een inval door het goed voorbereide en uitgeruste Duitse leger bij voorbaat eigenlijk al kansloos was.
Duitsland was daarnaast ook zeer goed op de hoogte van de inrichting van de Grebbelinie. Tot kort voor het uitbreken van de oorlog kon men vrij door het gebied reizen, wat door Duitse spionnen dan ook dankbaar werd gedaan. Een uitkijktoren in Ouwehands Dierenpark, van waaruit het gebied goed in kaart kon worden gebracht, mocht van de regering uit economische overwegingen niet worden gesloten.

De hoop om buiten de strijd te blijven was echter nog altijd aanwezig, ook al sijpelden er berichten door over een op handen zijnde aanval. Vanuit Berlijn stuurde militair attaché majoor G.J. Sas meerdere malen informatie door over invasieplannen, die echter sceptisch werden ontvangen. Dat was wel enigszins voorstelbaar, want een daadwerkelijke invasie bleef iedere keer uit. Toch bleek de informatie van Sas, afkomstig vanuit de Duitse contraspionagedienst, achteraf vaak goed te kloppen. Maar een door Sas aangekondigde inval in november 1939 werd door de barre weersomstandigheden meerdere keren uitgesteld door Hitler. Het ‘novemberalarm’ had echter voor veel onrust gezorgd in het land. De bevolking was er niet meer zo gerust op dat we buiten schot zouden blijven.
In januari stortte bij het Vlaamse Maasmechelen een Duits vliegtuigje neer met papieren over het aanvalsplan Fall Gelb. De Duitse piloten probeerden deze papieren in paniek te verbranden. De Belgen wisten echter een deel van de papieren te redden, waardoor de operatie door Hitler opnieuw uitgesteld werd. De hele gebeurtenis werd ook nu weer met scepsis bekeken: was het niet gewoon een Duitse krijgslist? Majoor Sas gaf aan dat de documenten echt waren, maar hij kreeg nauwelijks gehoor.
In april, toen Hitler tegelijkertijd Denemarken en Noorwegen binnenviel, werd de situatie in ons land opnieuw uiterst gespannen. Duitse troepenconcentraties bij de grenzen wezen erop dat een invasie spoedig plaats zou vinden. Het duurde echter tot begin 8 mei voor Hitler operatie Fall Gelb het groene licht gaf. Op 9 mei werden alle verloven ingetrokken van de Nederlandse soldaten en werd het veldleger in opperste staat van paraatheid gebracht. Nog éénmaal kwam er bericht uit Berlijn van Sas: “Morgenvroeg, bij het aanbreken van de dag!” 

Op 10 mei om 3:55 ’s nachts gebeurde inderdaad wat Nederland had gehoopt te kunnen ontlopen: het Duitse leger overschreed de grens en stortte daarmee ons landje in een oorlog die voor ons 5 lange jaren zou duren. De IJssellinie was de eerste belangrijke verdedigingslinie die de SS-troepen op weg naar de Grebbeberg tegenkwamen. Ze probeerden deze bij Doesburg en Westervoort te doorbreken. Bij die laatste plaats leidde dat tot een korte maar felle strijd. De Duitsers leden stevige verliezen, maar staken toch al vroeg op de dag de IJssel over. Arnhem werd bereikt en in de avond stond de voorhoede van het Duitse leger voor Wageningen en dus voor de Grebbelinie. De Duitse legerleiding had ervoor gekozen om de doorgang bij de Grebbeberg te gebruiken, daar dachten ze de meeste kans te hebben op een snelle doorbraak. Dat was echter een misrekening, zo zou blijken. Sowieso hadden de Duitsers een inschattingsfout gemaakt: ze dachten dat het zwaartepunt van de Nederlandse verdediging bij de Hollandse Waterlinie verder westelijk zou liggen en dat de Grebbelinie slechts een voorverdediging was. Het zou hen echter alles behalve fataal worden, alleen flink ophouden. 

Op 11 mei werden de voorposten tussen Wageningen en Rhenen door de Duitsers veroverd. Daarbij moesten de SS-troepen tot hun verrassing veel meer strijd leveren dan verwacht, maar ze konden uiteindelijk toch betrekkelijk eenvoudig het gebied innemen. Dat het uiteindelijk toch een dag kostte lag vooral aan de voorzichtigheid waarmee de nog onervaren SS-troepen te werk gingen. Generaal Harberts, commandant van het IIe Legerkorps dat belast was met de verdediging van de Grebbeberg, dacht ten onrechte dat de Duitsers niet al tot een krachtige aanval in staat waren en vermoedde dan ook dat de militairen in de voorposten zich onvoldoende hadden geweerd. Hij beval tot een nachtelijke tegenaanval die als doel had de voorposten weer in te nemen. Die tegenaanval verliep echter zo chaotisch, dat het een fiasco werd. Alhoewel, dankzij het ondersteunende artilleriebombardement zagen de Duitsers wel af van een geplande nachtelijke aanval op de frontlijn.

De dag erna werd echter alsnog strijd geleverd om de frontlinie bij de Grift. Op deze tweede dag werd pijnlijk duidelijk dat het Nederlandse leger niet in staat zou zijn om lang stand te houden. Het Nederlandse leger was slecht georganiseerd, onvoldoende geoefend en lang niet iedereen had echt de bereidheid om tot het uiterste te gaan. Bovendien was de legerleiding niet tegen haar taak opgewassen. Samenwerking en communicatie in het veld verliepen heel moeizaam, mede doordat de aangelegde communicatieverbindingen het al snel begaven.
Al sinds de SS-troepen rond middernacht de frontlijn had bereikt werden de Nederlandse stellingen doorlopend door de Duitse artillerie belaagd. Het Nederlandse leger, murw door het bombardement, was niet in staat om de vijand daar lang tegen te houden en de frontlijn stortte ineen. In de middag begonnen de gevechten aan de voet van de Grebbeberg en waren er felle man-tegen-man gevechten in de bossen. De Nederlandse soldaten vluchtten westwaarts of trokken zich terug op de stoplijn, waardoor de Duitse troepen de zuidoostelijke zijde van de ‘berg’ kon bezetten. Vanaf de stoplijn werden op die 12e mei twee tegenaanvallen georganiseerd, maar die liepen op niets uit, behalve dan een groot aantal slachtoffers onder de Nederlanders. Ondanks de successen waren de Duitsers ontevreden over de progressie (ze liepen achter op schema) en voerden nog een nachtelijke aanval uit die ook weer tot vele slachtoffers leidde in het Nederlandse kamp.  Maar een Nederlandse marechausseegroep onder leiding van kapitein Gelderman wist uiteindelijk vanaf een spoorviaduct een doorbraak naar Rhenen te voorkomen. Het zou slechts uitstel van de executie zijn.

Op 13 mei vonden de zwaarste gevechten plaats. In de ochtend begon een Nederlandse tegenaanval door net aangekomen reservisten. Vanaf de andere kant gingen de SS-troepen richting stoplijn. De beide legers botsten hardhandig op elkaar. Hierbij waren het de Duitse troepen die doorlopend de bovenliggende partij waren en zonder al te veel problemen de stoplijn konden innemen. Op sommige plaatsen was het verzet fel, bijvoorbeeld bij Ouwehands Dierenpark, waar een dappere majoor Landzaat alleen achterbleef nadat hij zijn manschappen weg had gestuurd toen de situatie onhoudbaar werd. En ook bij het al eerder genoemde spoorviaduct werd fel gestreden. De groep Gelderman blies uiteindelijk het viaduct op nadat zij twee pogingen van de SS’ers om het viaduct in te nemen had verijdeld. Bij die doorbraakpogingen werd het oorlogsrecht door de Duitsers flink geschonden. Eerst gebruikten ze Nederlandse krijgsgevangenen als schild, vervolgens verkleedden ze zich als Nederlandse soldaten. De troepen van Gelderman lieten zich echter niet misleiden, mede doordat de SS’ers hun Duitse laarzen aan hadden gehouden en zo goed herkenbaar bleven. 

Op andere plekken ging men echter in paniek op de loop. De tegenaanval was volledig mislukt. Toen ook de Duitse luchtmacht ten tonele verscheen was de strijd definitief gestreden. Hoewel het bombardement dat de Luftwaffe op de Grebbeberg losliet relatief weinig schade aanrichtte, was het moraal definitief gebroken. De Nederlandse compagnieën sloegen massaal op de vlucht. Tegen het eind van de middag werd de Grebbelinie (en ook de nabijgelegen Maas-Waal-linie, van waaruit de SS was bestookt door artillerie) volledig verlaten en trok het Nederlandse veldleger zich terug op de Hollandse Waterlinie. De Slag om de Grebbeberg was na 3 dagen voorbij. De Duitse troepen troffen Rhenen verlaten aan. In totaal 425 Nederlandse soldaten waren omgekomen in de Slag. De Duitse verliezen waren aanzienlijk geringer: vermoedelijk tussen de 165 en 191 manschappen. Wel waren er relatief veel gewonden aan Duitse zijde, maar de meesten van hen overleefden de Slag.


Het verlaten van de Grebbelinie was de voorbode van de capitulatie. Het plan van generaal Winkelman om hier lang stand te houden was mislukt. De Hollandse Waterlinie was echter  onvoldoende voorbereid. Het gebied vóór de frontlijn was pas 10 mei onder water gezet en door de bodemgesteldheid was het heel lastig om stellingen uit te graven. Daarnaast had het veldleger veel manschappen verloren en waren de teruggetrokken troepen uitgeput door de strijd en gedemoraliseerd. Ook was het leger veel wapens, uitrusting en artillerie kwijt geraakt.

Het Duitse leger had de terugtrekkende Nederlanders niet bij kunnen houden, waardoor verdere gevechten beperkt bleven. De Hollandse Waterlinie zou uiteindelijk niet meer ter verdediging ingezet worden. Op 14 mei werd het centrum van Rotterdam platgebombardeerd door de Luftwaffe. Toen generaal Winkelman het dreigement ontving dat ook Utrecht hetzelfde lot zou ondergaan, zag hij geen andere optie meer dan de strijd opgeven. De verdedigingsmogelijkheden waren te gering, de verwachte geallieerde hulp bleef uit. Winkelman was niet bereid om nog een stad op te offeren en daarbij vele slachtoffers te riskeren voor wat een verloren zaak was geworden. Om 19:00 ’s avonds werd een wapenstilstand bekendgemaakt en op 15 mei werd de capitulatie ondertekend.

Op de top van de Grebbeberg werd door de Duitsers een stuk grond aangewezen waar de gevallenen van beide zijden konden worden begraven. Hiermee werd de basis gelegd voor het Militair Ereveld Grebbeberg. Op 16 mei werd begonnen met het registreren en begraven van de gesneuvelde Nederlandse en Duitse militairen. Na de bevrijding in 1945 werden de Duitse graven overgebracht naar de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn (Limburg). De militaire begraafplaats bovenop de Grebbeberg werd ingericht als nationale gedenkplaats en is dat nu dus nog. 

Nog onder de indruk van de verhalen die in het informatiecentrum verteld werden over drie doodgewone mannen, die hun leven in de waagschaal stelde om de vrijheid van ons land te beschermen, keer ik terug naar Veenendaal. Bij het verlaten van de begraafplaats valt mijn oog nog op het opschrift op het beeld bij de ingang: “Den Vaderland ghetrouwe Blijf ick tot in den doot”. Voor de mannen die hier begraven liggen een pijnlijke waarheid. En dan keer ik terug naar het heden, bergafwaarts deze keer.


Voor wie meer wil weten over dit onderwerp: breng zelf eens een bezoek aan het Militair Ereveld Grebbeberg bij Rhenen. Of surf naar http://www.grebbeberg.nl , een website waar de Slag om de Grebbeberg tot in detail is beschreven en gedocumenteerd. De site http://www.mei1940.nl/Voor-de-oorlog/Algemene_Mobilisatie.htm geeft veel informatie over de mobilisatieperiode en vertelt ook uitgebreid over majoor Sas.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten